Biocidenverordening: nieuwe regels vanaf 1 september 2013 Op 27 juni 2012 verscheen de biocideverordening in het Europees Publicatieblad. Deze verordening is onmiddellijk van toepassing in alle lidstaten. De nieuwe regels treden in werking vanaf september 2013. Wettelijk kader
De verordening vervangt richtlijn 98/8/EG over het op de markt aanbieden van biociden (PB 24 april 1998). Deze richtlijnen is in de Belgische wetgeving omgezet door het KB betreffende het op de markt brengen en het gebruiken van biociden (22 mei 2003, BS 11 juli 2003).
De nieuwe regels zijn samengebracht in de verordening 528/2012 van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (PB 27 juni 2012). Aangezien het om een verordening gaat, moeten de bepalingen niet meer omgezet worden in de nationale wetgevingen. Ze zijn onmiddellijk van toepassing. De nieuwe regels treden in werking op 1 september 2013.
Wat zijn biociden?
Biociden zijn werkzame stoffen of mengsels die een of meer werkzame stoffen bevatten, en die gebruikt worden om schadelijke organismen (insecten, bacteriën, microben, knaagdieren, ...) onschadelijk te maken. Gewasbeschermingsmiddelen (herbiciden, pesticiden) en medicijnen vallen niet onder de verordening.
Biociden zijn bijvoorbeeld ongediertebestrijdingsmiddelen, houtbeschermingsmiddelen, conserveringsmiddelen, desinfecterende middelen, ... Biociden worden dus ingezet om mensen te beschermen maar door hun specifieke eigenschappen houden ze ook risico's in voor de gezondheid en voor het milieu.
De biociden zijn ingedeeld in 4 grote groepen (desinfecteermiddelen, conserveermiddelen, plaagbestrijdingsmiddelen, andere biociden) en in totaal 22 productsoorten. Deze indeling staat beschreven in bijlage V van de verordening.
Enkel goedgekeurde producten op de markt
Net zoals de richtlijn is de verordening gebaseerd op het principe dat enkel biociden op basis van goedgekeurde werkzame stoffen op de markt mogen gebracht worden. De procedures zijn wel vereenvoudigd. Zo komt er een gecentraliseerd beoordelingssysteem (nu doen alle lidstaten dit afzonderlijk en moet dus vaak in verschillende landen een toelating aangevraagd worden) onder een toeziend oog van het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA). Dit heeft niet alleen een economisch voordeel, maar via dit nieuwe systeem kan er ook een ‘communautaire toelating’ uitgereikt worden die geldt voor het volledige grondgebied van de 27 lidstaten. Een flinke vereenvoudiging dus in vergelijking met het bestaand systeem. De eerste communautaire goedkeuringen worden verwacht vanaf 2013. Vanaf 2020 zullen de meeste biociden op die basis worden goedgekeurd. Een bijkomend voordeel van de vereenvoudiging van deze procedures is dat de evaluatieprocedure onder het toezicht van ECHA efficiënter zal kunnen gebeuren. Het vermijdt gelijkaardige procedures in afzonderlijke lidstaten en op die manier zullen ook veel dierenproeven voortaan overbodig worden.
De verordening bevat ook bepalingen over de wederzijdse erkenning van toelatingen door verschillende lidstaten. Ook dit zal bijdragen tot meer transparantie en een vrij verkeer van producten.
Een aantal werkzame stoffen zijn reeds bij voorbaat uitgesloten van een goedkeuring. Het gaat dan o.m. over kankerverwekkende, mutagene en reprotoxische stoffen. In uitzonderlijke gevallen kunnen ze toch een goedkeuring bekomen bv. omdat het risico op een eventuele blootstelling verwaarloosbaar is.
Behandelde voorwerpen
Voorwerpen die biociden bevatten of ermee behandeld zijn, mogen enkel op de markt gebracht als het gaat om toegelaten biociden. In dat geval moeten dergelijke voorwerpen voldoende geëtiketteerd zijn met informatie over het biocide en de werking ervan.
|